Probleemjongeren tegen de vergrijzing
Carrière: Stratenmakers en vegers
Erik en Robert van Doorn: "Kenniseconomie? We hebben ook mensen nodig die het riool kunnen aanleggen." © WERRY CRONE
Aannemersbedrijf Van Doorn, benoemd tot het Familiebedrijf van het jaar, helpt probleemjongeren aan werk.
Elke ochtend en middag komen de vier broers, oprichters van aannemersbedrijf Van Doorn en alle tussen de 75 en 80 jaar, voor een kop koffie naar ‘hun’ kantoor in Geldermalsen. Zaken bespreken ze er niet meer, maar zoals in een familiebedrijf hoort, staat de deur altijd open. De loyaliteit stopt niet bij de pensioengerechtigde leeftijd.
Van Doorn biedt jongeren die moeite hebben met school een ‘uitdagende werkplek’, aldus de jury, die het bedrijf tot Familiebedrijf van het jaar uitriep. Maar de keuze probleemjongeren in te zetten kent niet alleen altruïstische beweegredenen. Het plan is voor een groot deel uit nood geboren, vertelt personeelsfunctionaris Erik van Doorn (38).
Familiebedrijven gelden als ondernemingen die tegen een stootje kunnen. Toch kwamen er scheuren in het vertrouwen dat de groei zich door zou zetten, vertelt Erik van Doorn. ,,Het gros van onze medewerkers is ouder dan 45 jaar. Over 10 à 15 jaar moet er een team staan dat deze groep kan vervangen.”
Al voor de crisis merkte Van Doorn dat het steeds moeilijker was geschikt personeel te vinden voor het buitenwerk. ,,Mensen willen niet buiten op een wagen het gras maaien langs de snelweg. Ze willen achter de computer zitten in een kantoor. Koningin Beatrix onderstreepte onlangs het belang van een kenniseconomie, maar dan denk ik: we vergeten dat we mensen nodig hebben die het riool kunnen aanleggen en groen kunnen aanplanten.’’
Het probleem om goede vakmensen te vinden werd zo groot, dat Van Doorn naar alternatieven zocht. Via het Werkgeversadviespunt, waarbij het UWV, diverse scholen en gemeentes zijn aangesloten, besloot hij te gaan werken met probleemjongeren. ,,Mijn eerste aarzeling was of ik wel genoeg tijd had. En hoe zouden ze het opvangen binnen de organisatie?” Robert van Doorn (26) vult aan: ,,Wanneer je besluit deze jongeren een kans te geven, kun je dat er niet ‘een beetje bij doen’.”
In 2006 klopten de eersten aan, in de leeftijd van 18 tot 25 jaar. Erik van Doorn: ,,Het was wel even slikken dat ze zó vroeg moesten beginnen met werken, in weer en wind. Hier krijgen ze geen maatpak, maar een overall. Ook de verwachting van de ouders speelt een grote rol in hun waardering voor het werk.
Zij staan niet te springen als hun kind hier komt solliciteren. Het klinkt toch veel beter wanneer je kunt zeggen: ‘Mijn zoon zit bij de bank’?’ Terwijl je hier goed kunt verdienen, zeker als je het vergelijkt met werk in het distributiecentrum van een supermarkt. Wanneer je bereid bent om buiten kantoortijden te werken, kun je met je toeslagen en overuren meer verdienen dan iemand die van school komt met een hogere opleiding.”
De ervaring leert dat zeventig procent van de jongeren afvalt. Robert van Doorn: ,,Als we van de tien nieuwe werknemers er drie geschikte vinden, is deze aanpak de moeite wel waard.’’ Dat aantal is nog niet gehaald.
Het UWV verzorgde voor de jongeren een busrit langs diverse organisaties voor een bedrijfspresentatie. Enkele geïnteresseerde jongeren bleven hangen bij Van Doorn. Een proefplaatsing volgde en daarna een tijdelijk contract. Is ook deze periode – inclusief twee interne bedrijfsopleidingen – succesvol afgerond, dan volgt een vaste aanstelling. Maar het gros bleek geen idee te hebben wat en of ze überhaupt iets wilden doen.
Erik van Doorn: ,,Sommige jongens hadden twee jaar thuis gezeten. Een andere had tien verschillende werkgevers gehad in een korte periode.’’ Naar cv’s kijken had weinig zin, besefte hij. ,,Tijdens een kennismaking merk je snel genoeg of iemand aan de slag moet van het UWV, of hier echt aan het begin van de werkdag om zes uur wil staan.”
Voor de twijfelaars startte hij een oriëntatieronde door de onderneming. Zo kunnen de jongeren een paar weken meedraaien met stratenmakers of gazonmaaiers, of meehelpen met het reinigen van de vluchtstroken. Het inzetten van probleemjongeren vraagt niet alleen extra begeleiding van de top van het bedrijf, ook de collega’s op de werkvloer moeten bereid zijn hen op te vangen. Vier keer per jaar zijn er bijeenkomsten onder andere over de begeleiding van nieuwkomers.
Wanneer de jongeren aan de slag gaan, weet een uitvoerder na een week al wat voor vlees hij in de kuip heeft. Wanneer de samenwerking niet vlot, trekt het bedrijf de stekker eruit. ,,Eens hadden we hier een jongen die zo agressief was dat hij met een stalen pijp op een motorkap sloeg. Een ander stond stoned het gazon te maaien.’’
Jongeren met adhd, een verleden in de criminaliteit of als drugsgebruikers: uiteindelijk worden het gewone collega’s, is de ervaring van Erik van Doorn. ,,Het gaat hier niet om je verleden, het gaat om het werk dat je verzet. Dat is heel direct te meten. Als je een jongere hebt die met veel inzet en plezier het gras maait, dan weet je: dat is een goede. ’’
Acht jongeren hebben een vast dienstverband of een langlopend tijdelijk dienstverband gekregen sinds het bedrijf in 2006 met deze aanpak startte. ,,Dit hele proces kost veel inspanning. Maar als we een advertentie plaatsen krijgen we maar een paar reacties.’’
Hij begrijpt niet waarom andere bedrijven aarzelen deze jongeren in te zetten. ,,Door de vergrijzing krijg je problemen: opeens gaat dertig procent van je personeel met pensioen. Voor sommige opdrachten kun je een beroep doen op uitzendkrachten, maar hoe vang je het verlies aan kennis op? Je kunt niet iemand van een uitzendbureau zomaar op een veegwagen zetten.”
De inzet van deze jongeren is financieel aantrekkelijk voor een bedrijf. Ze werken in het begin met behoud van hun uitkering. Daarnaast levert deze aanpak loyale werknemers op, is de overtuiging van Erik van Doorn. ,,Zij beseffen dat ze ver van de arbeidsmarkt stonden en nu een kans krijgen een leven op te bouwen. Die loyaliteit merk je als stratenmakers aan het einde van de dag nog eens vijf meter stenen moeten leggen. Een loyale werknemer doet dat, iemand zonder hart voor de zaak denkt ‘dat komt morgen wel weer’. Deze mensen werken niet alleen voor het geld, ze werken ook omdat ze het leuk vinden. Als het plezier er is, dan volgt de prestatie vanzelf.’’
© Trouw 2010, op dit artikel rust copyright.
Vier broers
Het aannemersbedrijf Van Doorn werd in 1963 door vier broers opgericht. Binnen afzienbare tijd traden ook zeven zonen toe en werden de activiteiten uitgebreid. Inmiddels telt het bedrijf 175 werknemers en bestaat de organisatie uit een divisie infrastructuur (Van Doorn), groenbeheer (Signa Terra) en weg- en waterbouw (Dover), onder de overkoepelende naam Leeuwenstein Groep.
De onderneming boekte vorig jaar een omzet van 23 miljoen euro. De verkiezing ‘Familiebedrijf van het jaar’ is een initiatief van de Nederlandse Nieuwsblad Pers, het Centrum van het Familiebedrijf en de Friesland Bank.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten