maandag 15 november 2010

Mensjesrechten » Plaatsing in Justitiële Jeugdinrichting – hoe kan dat?

Mensjesrechten » Plaatsing in Justitiële Jeugdinrichting – hoe kan dat?

Plaatsing in Justitiële Jeugdinrichting – hoe kan dat?

jji.pngDoor: Veronica M. Smits, docente en onderzoekster familie- en jeugdrecht aan de Universiteit van Tilburg

‘Nog teveel kinderen in jeugdgevangenissen’ kopt de regionale krant in het Zuiden, BN de Stem. In de toelichting wordt aangegeven dat de nationale ombudsman van mening is dat onschuldige kinderen niet thuis horen in een Justitiële Jeugdinrichting. Volgens ook het NRC handelsblad maakt de ombudsman zich bezorgd om de opgesloten kinderen.

Toch komen kinderen die uit huis geplaatst worden door de kinderrechter nog steeds in een Justitiële Jeugdinrichting (JJI) terecht. En momenteel geldt dat voor ruim 800 kinderen. Hoe kan dat? Ik zal hierover uitleg geven vanuit een juridisch perspectief.

Het gaat om kinderen die geen strafbare feiten gepleegd hebben; de reden voor hun uithuisplaatsing heeft te maken met hun thuissituatie en hun persoonlijke omstandigheden. Om hun kansen op een goede ontwikkeling te vergroten, is het beter dat zij, mogelijk tijdelijk, niet door hun ouders worden opgevoed en verzorgd, maar in een pedagogisch instituut worden geplaatst waar men voldoende begeleiding en structuur geven kan.

Op 1 januari 2008 is de wet op de jeugdzorg uitgebreid met hoofdstuk ‘IVA Gesloten Jeugdzorg’. Artikelen 29a tot en met 29y zijn daarbij ingevoegd. Deze bepalingen regelen de plaatsing van kinderen in een gesloten setting.

Onder stringente voorwaarden kan het noodzakelijk zijn dat de kinderrechter besluit om een kind in een speciale instelling te plaatsen. Het zal dan moeten gaan om een kind dat ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen heeft die zijn of haar ontwikkeling naar volwassenheid ernstig belemmeren. Daarnaast is het van belang dat vaststaat dat opneming en verblijf in een gesloten instelling noodzakelijk is om te voorkomen dat de jeugdige zich aan de zorg die hij of zij nodig heeft zal onttrekken of daaraan door anderen ontrokken zal worden.

Er zijn speciale instellingen geselecteerd die deze kinderen kunnen opvangen en de juiste begeleiding kunnen geven, afgestemd op de individuele behoeften van het kind.

Maar omdat er nog een tekort is aan deze plaatsen mag volgens de wet tot 1 januari 2010 nog steeds een kind in een JJI worden geplaatst en dat gebeurt ook nog in veel gevallen. En dat is in strijd met de rechten van de kinderen, zoals vastgelegd in het Internationale Verdrag inzake de Rechten van het Kind, waarin vastligt dat opsluiting slechts een laatste middel mag zijn.

Goed om nog op te merken is dat zodra de noodzaak tot geslotenheid niet meer aanwezig is, het kind in een open instelling kan worden geplaatst. Dus dat betekent dat indien het kind de zorg die wordt uitgeoefend accepteert, geslotenheid geen optie meer hoeft te zijn. De instelling heeft dan de mogelijkheid om de beslissing van de rechter tot plaatsing in een gesloten instelling te schorsen. Dat wil zeggen dat de zorg in een andere niet gesloten instelling kan worden uitgevoerd. Maar ook hier wreekt zich de tekorten in de jeugdzorg.

Daar draait het allemaal om: een tekort aan geschikte plaatsen voor kwetsbare kinderen en daarin schiet de huidige regering danig tekort. De wet beloofde een oplossing te bieden voor de samenplaatsing van kinderen op grond van het strafrecht en vanuit de beschermingsgedachte in eenzelfde instelling, maar het blijft helaas voorlopig bij de letter van de wet.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten